ARTICLE 'URBAN GOTHIC' MARC BIJL, hART #103


‘Urban Gothic’, een overzichtstentoonstelling van Marc Bijl in het Groninger Museum

DE MONUMENTALE KRACHT VAN HET ZWART

Op 6 maart opende in het Groninger Museum de eerste grote overzichtstentoonstelling van de in Berlijn levende en werkende Nederlander Marc Bijl. Bijl heeft het laatste decennium flink aan de weg getimmerd. Hij heeft daarbij vooral enige bekendheid gekregen door zijn hergebruik van iconische beelden, waaronder de Amerikaanse vlag, game-heldin Lara Croft, hakenkruisen en pentagrammen, die overgoten werden met zwarte epoxy of in brand werden gestoken.

Alexandra CROUWERS

Dit visuele machtsvertoon verwijst naar de subculturen waar Bijl (Gorinchem, 1970) eerder zelf diep in geworteld was: post-punk, de wat obscuurdere gothic, en de kraakbeweging. Tijdens zijn academietijd in Den Bosch woonde hij in een kraakpand, waar hij een tijd een kraakcafé uitbaatte, en speelde hij basgitaar in een aan Christian Death en Sisters of Mercy verwante band: Götterdämmerung – die overigens nog steeds bestaat. Deze band werd door Bijl omgedoopt tot een ‘art-goth’ band. Zowel de band als de bijbehorende muzikale en culturele stromingen spelen een belangrijke rol binnen zijn artistieke ontwikkeling. Wat voor niet-ingewijden een brute, duistere en ontoegankelijke wereld lijkt, compleet met een occulte en anti-autoritaire symboliek dwepende beeldtaal, vormt de natuurlijke oorsprong van Bijl’s persoonlijke en culturele geschiedenis. Bijl heeft deze tijdens de opbouw van zijn oeuvre weten om te vormen tot een volwaardig monumentenpark, waarvan de som veel groter blijkt dan de opgetelde delen.


DVD & CD 'Urban Gothic' van Götterdämmerung, foto: Marc Bijl
Op afbeeldingen maken zijn werken soms een wat oppervlakkige indruk. Ze lijken een verzameling ideeën te zijn, waarvan enkele zelfs enigszins gemakzuchtig en puberaal genoemd kunnen worden. ‘La rivoluzione siamo noi’, uit 2002, is een polyester versie van de Tomb Raider game-heldin Lara Croft, die overgoten werd met zwarte, glimmende epoxy en met een sigarettenpeuk tussen haar lippen. Ditzelfde werd herhaald met een model van het Vrijheidsbeeld, dat in plaats van een toorts een zwaard opheft. Ook zijn brandende metalen pentagram en vredesteken doen wat simplistisch provocatief aan.

STEPPENWOLF

Toch overstijgt ‘Urban Gothic’ op de verdieping van het Groninger Museum de altijd-en-overal-tegen-aan-schoppende krakers-symboliek. Uit Bijl’s overload aan productie, werd een gecomprimeerde selectie werken van het afgelopen decennium bij elkaar gebracht. Dit maakt ‘Urban Gothic’ samenhangend, helder en, gezien de referenties naar een subcultuur die haar hoogtepunt diep in de jaren ’80 had, verbazingwekkend fris. De pastelkleurige ruimtes zijn thematisch opgedeeld, met telkens een strategisch geplaatste doorkijk naar de volgende ruimte. Hierdoor wordt de eenheid versterkt en ontstaan uit iedere combinatie van voorheen individueel gepresenteerde werken, nieuwe installaties. Deze vermenging van vroegere en recente werken maakt grotere statements mogelijk. De eerdere verheerlijking van een sex, drugs en rock & roll attitude, maakt plaats voor zelfrelativering en een gelaagde ironie, met daaronder een zweem van weemoedige teleurstelling in zowel de eigen subcultuur als de onderliggende mechanismes van de kunstwereld.

Een kenmerk van de anarchistische post-punk kraakcultuur is de visuele aanwezigheid op straat. Een stad zonder spuitbusleuzen met holle, activistische frasen tegen het kapitalisme en voor anarchistische revoluties is eigenlijk geen volwaardige stad te noemen. Bijl heeft door de jaren heen de leegte van die kracht-taal geconstateerd. De vorm wordt nu gebruikt door op de muren van een gang in rode en zwarte spuitverf een lang en duister, maar schitterend citaat uit Herman Hesse’s ‘Steppenwolf’ te plaatsen. Om de straat nog meer het museum in te brengen, plaatste hij een aantal beelden in zijn versie van een bouwwerf – met de esthetiek van hekken, golfplaat en pallets –, waaronder een kleine ruwbouw van grijze steen. Hierop spoot hij de contouren van een gotisch spitsboog-raam.


In een andere ruimte verwijst de constellatie sculpturen rechtstreeks naar een rock-concert, waarbij twee installaties naadloos op elkaar aansluiten. Het werk ‘Teenage Kicks’ (2003) bestaat uit een zwart drumstel op een podium, met daarachter een grote spiegelwand, waarop de cliché-frase ‘live fast, die young’ is gespoten. Doordat er een schedel met een bos rozen in de basdrum is gestoken, lijkt het werk een herdenkings-monument voor Bijl’s eigen jeugdzondes. Bijl is tot het besef gekomen dat zijn eigen gothic-scene, net als iedere groeps- en subcultuur, ook maar uit een verzameling conventies bestaat, waar de deelnemers aan hebben te voldoen om erbij te horen. Dat blijkt uit het werk, dat vóór ‘Teenage Kicks’ is geplaatst. ‘Group mechanism’ (2006), toont tien showroom-poppen, die elk een zwart leren jasje – een icoon van de rock-muziek – dragen, met telkens op de rug een witte, gotische letter. Samen vormen deze letters het woord ‘individual’. ‘Group mechanism’ vormt zo het publiek voor ‘Teenage kicks’. 


'Group mechanism' en 'Teenage kicks', foto: Marten de Leeuw/Groninger Museum

SCULPTURENCONCERT

De wisselwerking tussen de liefdevolle hantering van punk-symboliek met de noodzaak er een bredere, kunsthistorische inhoud aan te geven, zorgt voor een ironisch spanningsveld door de hele tentoonstelling heen. Centraal in ‘Urban Gothic’ staat een grote zaal, waarin Bijl zijn eigen variant op een neoclassicistische beeldentuin plaatste. De zwarte, druipende beelden – adelaars met gespreide vleugels, engelen, zuilen, kortom de grotere decoratie stukken uit een tuincentrum -  staan niet op sokkels, maar eerder op podia: zilver gespoten en gestapelde pallets, met daarin rode en blauwe tl-lichten. De achterwand is gevuld met een batterij luidsprekers, wat de merkwaardige notie dat de toeschouwer zich op een sculpturenconcert bevind letterlijk versterkt. 



foto: Marten de Leeuw/Groninger Museum
De laatste jaren is Marc Bijl in toenemende mate geïnteresseerd geraakt in de integratie van andere kunsthistorische stromingen binnen zijn gotische en neoclassicistische invloeden. Die verwijzingen naar het abstract expressionisme en het modernisme, komen onder meer terug in graffiti-interpretaties van Rothko- en Mondriaanschilderijen. Dat mag een wat onwaarschijnlijke zijstraat lijken, maar er zit een activistische en zelfs een, ten opzichte van de kunstgeschiedenis, bijna cynische grondgedachte achter. Midden jaren ’90 werd een hardnekkig gerucht bevestigd: de Amerikaanse CIA bleek tijdens de Koude Oorlog, via ingewikkelde financiële constructies, de artistieke avant-garde te hebben ondersteund. Bijvoorbeeld Rothko en Pollock kregen onzichtbare zetjes in hun internationale opkomst. Dit werd niet uit overtuiging van de kwaliteiten van de kunstenaars bewerkstelligd. De toenmalige, nog in de marge opererende avant-garde, werd in tot symbool van culturele vrijheid gebombardeerd. Ze kreeg de rol van anticommunistische propaganda; een tegenwicht voor het sociaal realisme, dat achter het IJzeren Gordijn heerste.

Deze toegevoegde kunsthistorische laag binnen Bijl’s oeuvre, zorgt er voor dat ‘Urban Gothic’ het oppervlakkige kringetje van rock, punk en gothic tekens overstijgt. De vroegere neiging tot activistische provocatie door het gebruik van pentagrammen en hakenkruisen naast de ‘ontheiliging’ van grote, internationale symbolen, is daarmee ondergeschikt geworden. Het gaat Bijl er in eerste instantie dan ook helemaal niet om te provoceren of politieke uitspraken te doen, maar veel eerder om het in vraag stellen van overbekende iconen, door ze op een schijnbaar ongecompliceerde manier eigen te maken. 



foto: Marten de Leeuw/Groninger Museum
Het frequente ver-‘Bijlen’ van bestaande grootheden zou omschreven kunnen worden als een opportunistisch sausje, maar draagt vooral bij tot de leesbaarheid van de werken op verschillende niveaus. Naast de veelgebruikte zwarte epoxy, druipt ook letterlijk een bepaald lichtvoetig plezier en een energieke overtuiging in het bedenken, maken en opstellen van de werken. Het zou zelfs tot aanbeveling kunnen strekken om Bijl bij een volgende tentoonstelling een nog grotere ruimte ter beschikking te stellen. Bovenal blijkt uit de technische uitvoering van de werken dat Bijl een prima beeldhouwersoog heeft en, meer nog, een uitstekende scenograaf is.

‘Urban Gothic’ is nog tot 01 April 2013 te zien in het Groninger Museum, Museumeiland 1, Groningen. Open van dinsdag t/m zondag van 10u tot 17u. Daarnaast maakt werk van Marc Bijl deel uit van de tentoonstelling ‘Down on Mainstream’, die tot 25 november 2012 loopt in De Garage in Mechelen.

Populaire posts